Herziening voorlopige sociale bijdragen - aandachtspunten | Zenito

Herziening voorlopige sociale bijdragen - aandachtspunten

Nog geen eigen e-dossier bij Zenito? Registreer je online.
Sluiten
16 mei 2017
Geschreven door Joost Van Hove

Zoals je weet is de wijze waarop de sociale bijdragen van zelfstandigen berekend worden grondig gewijzigd sinds 1 januari 2015. Vanaf bijdragejaar 2015 worden de sociale bijdragen van zelfstandigen steeds berekend op basis van het netto belastbaar inkomen van het jaar zelf. De bijdragen van 2015 worden dus definitief berekend op basis van het inkomen van 2015.
 
Omdat het netto belastbaar inkomen doorgaans pas 2 jaar na datum officieel wordt vastgesteld door de fiscale administratie, worden voor alle zelfstandigen vanaf 2015 eerst voorlopige bijdragen berekend die nadien herzien worden. Tienduizenden zelfstandigen ontvingen reeds een herziening van de sociale bijdragen van 2015, volgens het nieuwe systeem. Ook de komende weken en maanden zullen nog heel wat zelfstandigen de herziening van de bijdragen van 2015 ontvangen.
 
Omdat er in het nieuwe systeem ieder jaar opnieuw een herziening plaatsvindt, willen we jou graag nog eens herinneren aan een aantal specifieke aandachtspunten in het kader van de nieuwe berekeningswijze van de sociale bijdragen. 

 

Proratisering’ van het netto belastbaar inkomen

Sinds 2015 geldt het principe dat de sociale bijdragen van een bepaald jaar berekend worden op basis van het netto belastbaar inkomen van dat jaar. In bepaalde gevallen moet dit inkomen voor de berekening van de bijdragen eerst omgezet worden naar een ‘jaarinkomen’. Dit is het geval indien men gedurende het betrokken jaar minder dan 4 kwartalen actief was als zelfstandige.

Voorbeeld 1: Katrien startte een zelfstandige activiteit in het vierde kwartaal van 2015. Zij was in 2015 dus maar 1 kwartaal actief als zelfstandige. Het netto belastbaar inkomen van 2015 bedraagt € 6 000. De sociale bijdrage van het vierde kwartaal van 2015 zal berekend worden op een ‘geproratiseerd’ inkomen van € 24 000 (nl. € 6 000 x 4).

Voorbeeld 2: Rudy was jarenlang zelfstandige en zette zijn activiteit stop op 30/9/2015. Hij was in 2015 dus 3 kwartalen actief als zelfstandige. Het netto belastbaar inkomen van 2015 bedraagt € 30 000. De sociale bijdragen van de 3 kwartalen van aansluiting in 2015 zullen berekend worden op een ‘geproratiseerd’ inkomen van € 40 000 (nl. € 30 000 / 3 x 4).  

Verhogingen wegens onterechte vermindering

Vanaf bijdragejaar 2015 stelt het sociaal verzekeringsfonds in eerste instantie een voorlopige bijdrage voor die berekend wordt op basis van het netto belastbaar inkomen van 3 jaar voordien. Men heeft dan 3 mogelijkheden: ofwel betaalt men de voorgestelde voorlopige bijdrage, ofwel betaalt men een hogere voorlopige bijdrage, ofwel vraagt men een vermindering van de voorlopige bijdrage aan. Een aanvraag tot vermindering van de voorlopige bijdragen is enkel zinvol indien het inkomen van het jaar zelf aanzienlijk lager is / zal zijn dan het inkomen van 3 jaar voordien.

Indien bij de herziening van de bijdragen blijkt dat er ten onrechte vermindering werd aangevraagd en toegekend, dan worden er bij wijze van sanctie verhogingen wegens onterechte vermindering aangerekend. Er is sprake van een onterechte vermindering indien het werkelijke netto belastbaar inkomen hoger is dan het inkomen dat overeenstemt met de verminderde voorlopige bijdrage.

Voorbeeld: in 2015 berekende Zenito de voorlopige bijdrage van Pascal op zijn netto belastbaar inkomen van 2012, dat € 45 000 bedroeg. Pascal vroeg om een verminderde voorlopige bijdrage te betalen in 2015, op basis van een inkomen van € 12 870,43 (dit is het inkomen dat in 2015 overeenstemde met de minimumbijdrage voor een zelfstandige in hoofdberoep). De aanvraag van Pascal werd goedgekeurd en hij betaalde in 2015 enkel de minimumbijdrage. In 2017 blijkt dat het netto belastbaar inkomen 2015 van Pascal € 25 000 bedraagt. Dit inkomen ligt hoger dan € 12 870,43. Bijgevolg is er sprake van een onterechte vermindering. Er zullen verhogingen wegens onterechte vermindering aangerekend worden.

 Zelfstandigen die geen vermindering vroegen, kunnen nooit verhogingen wegens onterechte vermindering aangerekend krijgen. Wie de voorgestelde voorlopige bijdrage tijdig betaalde is dus geen verhogingen verschuldigd, zelfs indien de definitieve bijdrage hoger ligt dan de voorlopige bijdrage.

Nulbijdragen en toch verhogingen

Tot slot wijzen we nog op een aspect van de nieuwe berekeningswijze dat op het eerste gezicht eigenaardig lijkt: in bepaalde situaties is het mogelijk dat men als zelfstandige in bijberoep of als gepensioneerde vrijgesteld is van definitieve bijdragen en men desondanks toch verhogingen wegens laattijdige betaling verschuldigd is. Dit is het geval wanneer de voorlopige bijdragen niet (tijdig) betaald werden.

Voorbeeld: Marianne is aangesloten als zelfstandige in bijberoep. De voorlopige bijdrage 2015, berekend op haar inkomen van 2012, bedraagt € 150 per kwartaal. Marianne verwacht dat haar netto belastbaar inkomen van 2015 voldoende laag is om als zelfstandige in bijberoep vrijgesteld te zijn van bijdragen voor het jaar 2015. Zij vraagt geen vermindering van de voorlopige bijdragen aan, maar beslist om de voorlopige bijdragen niet te betalen. Marianne ontvangt ieder kwartaal een herinnering van Zenito, met aanrekening van verhogingen wegens laattijdige betaling. Zij geeft hier geen gevolg aan. In 2017 blijkt dat het inkomen van 2015 inderdaad voldoende laag is om geen definitieve bijdragen verschuldigd te zijn voor 2015. De definitieve bijdrage 2015 is dus € 0. Toch blijven de verhogingen die aangerekend werden wegens laattijdige betaling van de voorlopige bijdragen verschuldigd! Marianne had dit kunnen vermijden door tijdig een aanvraag vermindering in te dienen.

Herziening voorlopige sociale bijdragen - aandachtspunten

Share